| JUVENIELE
IDIOPATHISCE ARTRITIS
Wat
is het?
Juveniele idiopathische artritis (JIA) is een chronische ziekte
die wordt gekenmerkt door een blijvende ontsteking van een of
meerdere gewrichten; de typische verschijnselen van gewrichtsontsteking
zijn pijn, zwelling en bewegingsbeperking. “Idiopathisch”
betekent dat we niet weten wat de oorzaak van de ziekte is en
“juveniel” betekent in dit geval dat de eerste symptomen
zich voor het zestiende levensjaar hebben geopenbaard.
Wat
betekent “chronische ziekte”?
Een ziekte wordt chronisch genoemd als de juiste behandeling niet
leidt tot een onmiddellijk herstel maar slechts tot een verbetering
van de symptomen en/of van de uitslag van de laboratoriumtests.
Dit betekent ook dat, wanneer de diagnose is gesteld, het onmogelijk
is te zeggen hoe lang het kind ziek zal blijven.
Hoe
vaak komt JIA voor?
JIA is een zeldzame ziekte; zij treft ongeveer 80-90 kinderen
op de 100.000.
Wat
zijn de oorzaken van de ziekte?
Ons immuunsysteem beschermt ons tegen virus- en bacteriële
infecties. Het immuunsysteem is in staat een onderscheid te maken
tussen vreemde en dus gevaarlijke cellen (die worden vernietigd)
en onschuldige, eigen cellen.
Algemeen wordt aangenomen dat chronische artritis het gevolg is
van een verkeerde reactie (door onbekende oorzaken) van ons immuunsysteem:
het is niet meer in staat onderscheid te maken tussen vreemde
en eigen cellen en valt dus ook de eigen cellen in het gewricht
aan.
Daarom worden ziekten zoals JIA auto-immuunziekten genoemd: het
immuunsysteem valt de organen van het eigen lichaam aan.
Maar de mechanismen die JIA en de meeste andere menselijke chronische
ontstekingsziektes nu veroorzaken, zijn nog steeds onbekend.
Is
het een erfelijke ziekte?
JIA is geen erfelijke ziekte, omdat het niet direct van de ouders
op hun kinderen kan worden overgedragen. Toch zijn er enkele genetische
factoren, die voor het grootste deel nog ontdekt moeten worden,
die aanleg voor de ziekte bepalen. In de wetenschappelijke wereld
wordt aangenomen dat de ziekte multi-factorieel is; dat wil zeggen:
het gevolg van een combinatie van genetische aanleg en blootstelling
aan omgevingsfactoren (zoals bijvoorbeeld ontstekingen). Maar
zelfs wanneer er sprake is van genetische aanleg komt het maar
zeer zelden voor dat binnen een gezin twee kinderen de ziekte
hebben
Hoe
wordt de diagnose gesteld?
Artsen noemen het JIA als de ziekte voor het 16e levensjaar begint,
de artritisklachten langer dan 6 weken duren ( hoofdzakelijk om
de vormen van tijdelijke artritis als gevolg van een virusinfectie
uit te sluiten) en de oorzaak van de artritis onbekend is ( doordat
alle andere ziektes die artritis kunnen veroorzaken, uitgesloten
zijn).
Met andere woorden, onder de term JIA vallen alle vormen van langdurige
artritis waarvan de oorzaak onbekend is en die beginnen in de
jeugd. Inmiddels zijn verschillende vormen van artritis vastgesteld
(zie onder).
De diagnose JIA is dus gebaseerd op de aanwezigheid van én
het voortduren van artritis én op het zorgvuldig uitsluiten
van welke andere ziekte dan ook, op basis van de medische geschiedenis,
lichamelijk onderzoek en laboratoriumtests .
Wat
gebeurt er met de gewrichten?
Het synoviaal weefsel (een soort bekleding van het gewrichtskraakbeen)
rondom het gewricht, dat normaal heel dun is, wordt beduidend
dikker en vult zich met ontstekingscellen en de hoeveelheid synoviaal
vocht neemt toe. Dit veroorzaakt zwelling, pijn en bewegingsbeperking.
Kenmerkend voor een gewrichtsontsteking is de stijfheid van het
gewricht, die optreedt na lange rust en dus vooral ’s ochtends
duidelijk merkbaar is (ochtendstijfheid).
Vaak probeert het kind de pijn te verminderen door het gewricht
in een stand tussen strekken en buigen in te houden; deze stand
wordt “antalgisch” genoemd om te onderstrepen dat
deze stand gehandhaafd wordt om de pijn te verminderen.
Als de gewrichtsontsteking niet op de juiste wijze behandeld wordt,
kan er schade aan het gewricht ontstaan door twee hoofdoorzaken:
a) het synoviaal vlies kan erg dik worden (vorming van het zogenaamde
synoviale pannus) en door de afgifte van verschillende stoffen
slijtage aan het gewrichtskapsel en bot veroorzaken;
b) het langdurig handhaven van de antalgische stand veroorzaakt
spieratrofie, op- of intrekking van spieren en zachte weefsels,
wat leidt tot vergroeiing.
Zijn
er verschillende soorten JIA?
Er bestaan diverse verschillende vormen van JIA. Ze worden hoofdzakelijk
onderscheiden volgens de aan- of afwezigheid van systemische symptomen
als koorts, huiduitslag, pericarditis (systemische JIA) en volgens
het aantal aangedane gewrichten (oligo- of poly-articulaire JIA).
Er is overeengekomen dat de verschillende vormen van JIA worden
gedefinieerd door de symptomen gedurende de eerste zes maanden
van de ziekte. Daarom worden ze ook wel beginvormen genoemd.
Systemische
JIA. Deze vorm wordt gekenmerkt door de aanwezigheid,
naast de artritis, van systemische kenmerken (systemisch betekent
dat verschillende organen in het lichaam kunnen worden aangetast).
Het belangrijkste systemische symptoom is het voorkomen van hoge
koortspieken, vaak gecombineerd met een zalmkleurige huiduitslag.
Andere symptomen kunnen zijn: spierpijn, vergroting van de lever,
de milt of de lymfeklieren en ontsteking van de vliezen rond het
hart (pericarditis) en de longen (pleuritis). De artritis, meestal
poly-articulair ( 5 of meer aangedane gewrichten), kan bij het
begin van de ziekte aanwezig zijn of pas later ontstaan. Deze
ziekte komt bij kinderen van alle leeftijden voor.
Bij ongeveer de helft van de patiënten zijn de systemische
klachten het belangrijkst; zij hebben de beste langetermijnprognose.
Bij de andere helft van de patiënten verdwijnen vaak op den
duur de systemische symptomen, terwijl de gewrichtsklachten toenemen.
Bij een minderheid van deze patiënten blijven de systemische
klachten naast toenemende gewrichtsklachten bestaan.
Systemische JIA betreft minder dan 10% van alle JIA patiënten;
deze typische ’kinderziekte’ wordt zelden bij volwassenen
waargenomen.
Polyarticulaire
JIA. Deze vorm wordt, gedurende de eerste 6 maanden van
de ziekte, gekenmerkt door de aanwezigheid van meer dan 5 ontstoken
gewrichten zonder bovengenoemde systemische symptomen. De aan-
of afwezigheid van een autoantilichaam in
het bloed, de zogenaamde reumafactor (RF) maakt het mogelijk polyarticulaire
artritis te onderscheiden in twee subvormen: RF negatief en RF
positief.
1) RF positieve polyarticulaire JIA. Deze vorm komt zelden voor
bij kinderen ( <5% van alle JIA patiënten). Zij wordt
beschouwd als het equivalent van de RF positieve reumatoïde
artritis bij volwassenen ( de meest voorkomende vorm van chronische
artritis bij volwassenen). De ziekte veroorzaakt vaak symmetrische
artritis, waarbij in het begin vooral de kleine gewrichten van
handen en voeten zijn aangedaan; daarna volgen de andere gewrichten.
Deze vorm komt meer voor bij meisjes dan bij jongens en begint
meestal na het 10e levensjaar. Het is meestal een ernstige vorm
van artritis.
2) RF negatieve polyarticulaire JIA. Deze vorm komt voor bij 15-20%
van alle JIA patiënten. Het is een complexe vorm, waar waarschijnlijk
verschillende ziektes onder vallen. Zij treedt op op alle leeftijden.
De complexiteit ervan weerspiegelt zich in een uiterst variabele
prognose.
Oligoarticulaire
JIA. Deze vorm wordt, in de eerste zes maanden van de
ziekte, gekenmerkt door de aanwezigheid van minder dan 5 aangedane
gewrichten, zonder systemische verschijnselen. Zij tast, symmetrisch,
de grote gewrichten aan (zoals knieën en enkels). Soms is
slechts een gewricht aangedaan (de monoarticulaire vorm). Bij
sommige patiënten neemt het aantal aangedane gewrichten na
de eerste zes maanden toe tot 5 of meer; we spreken dan van zich
uitbreidende oligoartritis (in het Engels: extended oligoarthritis).
Oligoartritis begint meestal voor het 6e levensjaar en komt het
meest voor bij meisjes. Als de ziekte beperkt blijft tot enkele
gewrichten is, bij een juiste behandeling, de prognose vaak goed;
bij de uitgebreide vorm is de prognose wisselend.
Bij een aanzienlijk aantal patiënten kan een ernstige complicatie
aan de ogen optreden: ontsteking van het voorste deel van het
regenboogvlies (anterieure uveïtis) dat im het oog om de
lens zit en waarin de aderen die voor de bloedtoevoer zorgen,
zich bevinden. Omdat het voorste deel van het regenboogvlies gevormd
wordt door de iris en het ciliair lichaam wordt deze aandoening
ofwel chronische anterieure uveïtis ofwel chronische iridocyclitis
genoemd.
Als deze aandoening niet herkend wordt en onbehandeld blijft,
kan zij zeer ernstige schade aan het oog veroorzaken. Tijdige
herkenning van deze complicatie is dan ook uitermate belangrijk.
Daar anterieure uveïtis door ouders en klinische artsen vaak
niet opgemerkt wordt - het oog wordt niet rood en het kind klaagt
niet over slecht zien – dienen kinderen met een verhoogd
risico elke drie tot zes maanden met een zogenaamde spleet lamp
gecontroleerd te worden door een oogarts.
Oligoartrits is de meest voorkomende vorm van JIA (50% van alle
gevallen). De ANA positieve vorm ( zie Laboratorium onderzoeken)
in combinatie met uveïtis is een ziekte die alleen bij de
jeugd voorkomt en niet waargenomen is bij volwassenen.
Artritis
psoriatica. Deze vorm wordt gekenmerkt door artritis
in combinatie met psoriasis of psoriatische kenmerken. Psoriasis
is een huidziekte met plekken schilferende huid voornamelijk op
de ellebogen en de knieën. De huidziekte manifesteert zich
ofwel voor ofwel na het begin van de artritis. De vorm is zeer
complex wat betreft klinische symptomen en prognose.
Artritis
met enthesitis. Het meest voorkomende symptoom is een
oligoartritis waarbij hoofdzakelijk de grote gewrichten van de
onderste ledematen zijn aangedaan in combinatie met enthesitis.
Enthesitis is de ontsteking van de enthesis, het aanhechtingspunt
van de pees aan het bot. Gewoonlijk zit de pijn in de voet, achter
of onder de hiel. Soms treedt bij deze patiënten een acute
anterieure uveïtis op, waarbij – in tegenstelling tot
de uveïtis bij de oligoarticulaie vorm – rode ogen,
tranende ogen en overgevoeligheid voor licht voorkomen.
De meeste patiënten worden positief bevonden bij de HLA B27
laboratoriumtest. De ziekte treft voornamelijk jongens en begint
meestal na het 7e-8e levensjaar. Het verloop van deze vorm is
wisselend. Bij sommige patiënten komt de ziekte in remissie,
terwijl zij zich bij anderen uitbreidt tot het axiale skelet (de
ruggengraat), in de vorm van aantasting van het gewricht tussen
heiligbeen en darmbeen (in het onderste gedeelte van de rug).
Deze vorm van JIA behoort tot een groep ziektes die meer bij volwassenen
voorkomt en spondyloartropathie genoemd wordt omdat de ruggengraat
wordt aangetast
Waardoor
wordt chronische iridocyclitis veroorzaakt? Is er een verband
met artritis?
Net als bij artritis wordt deze oogontsteking veroorzaakt door
een abnormale immuunreactie in het oog (auto-immuun). Het is onbekend
welke mechanismen hiervoor verantwoordelijk zijn.
Deze aandoening komt hoofdzakelijk voor bij patiënten met
de oligovorm van JIA, op jonge leeftijd, die positief bevonden
zijn op de ANA (antinucleaire antilichamen) laboratoriumtests.
Het is niet bekend wat de samenhang is tussen oog- en articulaire
ziekte. Het is echter wel belangrijk eraan te blijven denken dat
artritis en iridocyclitis elk een eigen verloop hebben, zodat
regelmatige controles met de spleet lamp noodzakelijk blijven
ook al is de artritis in remissie. Het verloop van iridocyclitis
wordt gekenmerkt door periodieke opvlammingen die onafhankelijk
zijn van die van de artritis.
Iridocyclitis treedt meestal op na of gelijktijdig met het begin
van de artritis; iridocyclitis voorafgaand aan de artritis komt
minder voor. Deze laatste vorm heeft een slechte prognose, omdat
deze asymptomatische ziekte bij de patiënten pas in een later
stadium wordt ontdekt en dus al schade aan het oog heeft veroorzaakt.
Is
de ziekte bij kinderen verschillend van die bij volwassenen?
Over het algemeen wel. De polyarticulare RF positieve vorm treft
ongeveer 70% van de volwassen patiënten met reumatoïde
artritis; bij kinderen treft zij minder dan 5% van de patiënten.
De oligoarticuliare vorm met een vroegtijdig begin treft ongeveer
50% van de JIA-patiënten; bij volwassenen komt zij niet voor.
Systemische artritis is kenmerkend bij kinderen en wordt zelden
waargenomen bij volwassenen.
Welke
laboratoriumtests zijn nodig?
Bij het stellen van de diagnose zijn, naast de klinische symptomen,
enkele laboratoriumtests heel bruikbaar om de JIA-vorm beter te
definiëren en om vast te stellen welke risico’s op
complicaties, zoals chronische iridocyclitis, bestaan.
De reumafactor is een autoantilichaam die slechts langdurig en
in hoge mate positief wordt bevonden in de polyarticulaire vorm
van JIA bij kinderen die overeenkomt met de RF positieve reumatoïde
artritis bij volwassenen. Antinucleaire antilichamen (ANA) worden
vaak positief bevonden bij patiënten met oligoarticulair,
vroegtijdig begonnen JIA. Zij komen voor bij JIA-patiënten
met een verhoogd risico op chronische iridocyclitis; deze patiënten
dienen dus periodiek (elke drie maanden) een oogonderzoek met
een spleet lamp te ondergaan.
HLA-B27 is een celkenmerk datpositief wordt bevonden bij meer
dan 80% van de patiënten met artritis met enthesitis. Bij
gezonde mensen komt deze eenheid veel minder vaak voor (5-8%).
Andere onderzoeken zoals de bezinkingssnelheid van de rode bloedlichaampjes
(ESR) of het C-reactieve proteïne (CPR) meten de omvang van
de ontsteking en zijn nuttig voor de behandeling, die echter veel
meer is gebaseerd op de klinische symptomen dan op de laboratoriumtests.
Afhankelijk van de medicatie dienen patiënten regelmatig
gecontroleerd te worden (bloedtelling, leverenzymen, urineonderzoek,
enz.) op mogelijke medicijnvergiftiging.
Periodieke röntgen foto’s zijn nuttig om de ontwikkeling
van de ziekte vast te stellen en de therapeutische behandeling
daarop aan te passen.
Hoe
kunnen we de ziekte behandelen?
Er bestaat geen therapie om JIA te genezen. Het doel van de behandeling
is om kinderen in staat te stellen een normaal leven te leiden
en om schade aan gewrichten en organen te voorkomen in afwachting
van een spontane remissie van de ziekte, die in de meeste gevallen
voorkomt na een in duur variabele en onvoorspelbare periode. De
behandeling is hoofdzakelijk gebaseerd op het gebruik van medicijnen
die de systemische en/of gewrichtsontsteking remmen en op revalidatie
voor het behoud van de functie van het gewricht en ter voorkoming
van vergroeiing.
De behandeling is heel complex en daarvoor is samenwerking van
de verschillende specialisten (kinderreumatoloog, orthopedisch
chirurg, fysiotherapeut, ergotherapeut, oogarts) noodzakelijk.
1) Non-steroïde anti-inflammatoire medicijnen (Non-Steroidal
Anti-inflammatory Drugs, afgekort NSAID’s). Dit zijn symptomatische
ontstekingsremmende en koortswerende medicijnen; symptomatisch
betekent dat zij niet kunnen leiden tot een remissie van de ziekte,
maar slechts dienen om de ontstekingsverschijnselen te beheersen.
De meest gebruikte zijn naproxen en ibuprofen; aspirine, hoe effectief
en goedkoop ook, wordt tegenwoordig veel minder gebruikt vanwege
de kans op medicijnvergiftiging (systemische effecten bij de bloedtelling,
leververgiftiging vooral bij systemische JIA). Deze medicijnen
worden over het algemeen goed verdragen en maagproblemen, de bekendste
bijwerking bij volwassenen, treden bij kinderen nauwelijks op.
Gelijktijdig gebruik van verschillende NSAID’s is niet aan
te raden, maar gewoonlijk kan het ene NSAID effectief zijn en
het andere niet. De optimale werking op de gewrichtsontsteking
treedt op na enige weken gebruik.
2) Injecties in het gewricht. Injecties worden gebruikt wanneer
een of slechts een paar gewrichten zijn aangedaan en wanneer het
voortduren van de gewrichts contractuur (ondergeschikt aan de
pijn) kan leiden tot vergroeiing. Het geïnjecteerde medicijn
is een langdurig werkend steroïde preparaat. Vanwege het
langdurige effect (vaak enkele maanden) wordt de voorkeur gegeven
aan triamcinolon hexacetonide; opname van het middel in de bloedsomloop
is minimaal.
3) Tweedelijns medicijnen. Deze worden voorgeschreven aan kinderen
die een progressieve polyartritis ontwikkelen ondanks de therapie
met NSAID’s en steroïde injecties. Tweedelijns medicijnen
worden toegevoegd aan de voorafgaande NSAID-therapie, die dus
ook voortgezet dient te worden. De werking van de meeste tweedelijns
medicijnen wordt optimaal merkbaar na enige weken of maanden van
gebruik
De eerste keuze bij deze medicijnen bestaat uit een lage wekelijkse
dosering van methotrexaat. Dit middel werkt bij de meeste patiënten
goed. Het heeft een ontstekingsremmende werking, maar het kan
ook, bij sommige patiënten en via onbekende mechanismen,
leiden tot een remissie van de ziekte. Het wordt normaliter goed
verdragen; misselijkheid en een verhoging van de transaminase
waarden (een leverenzym) zijn de meest bekende bijwerkingen. Vanwege
mogelijke medicijnvergiftiging is een periodieke laboratorium
controle noodzakelijk.
Door het medicijn te combineren met foliumzuur, een vitamine,
vermindert het risico op bijwerkingen.
Salazopyrine blijkt ook effectief te zijn bij JIA, maar wordt
gewoonlijk minder goed verdragen dan methotrexaat. Er is minder
ervaring met salazopyrine dan met methotrexaat.
Tot nu toe heeft geen enkele studie de werkzaamheid bij JIA kunnen
aantonen van het gebruik van andere in potentie nuttige medicijnen
zoals cyclosporine of leflunomide. Cyclosporine is een waardevol
medicijn bij de behandeling van het steroïd-resistente macrofage
activeringssyndroom. Dit is een ernstige en mogelijk levensbedreigende
complicatie bij systemische JIA, die kan volgen op een zware algemene
opvlamming van het ontstekingsproces. Er is nauwelijks of geen
informatie over het gebruik van leflunomide bij kinderen.
De introductie van de zogenaamde anti-TNF-medicijnen, middelen
die de tumor necrose factor (TNF) – een belangrijk onderdeel
van het ontstekingsproces – blokkeren, biedt nieuwe perspectieven.
Deze middelen worden alleen of samen met methotrexaat gebruikt
en zijn bij de meeste patiënten effectief. Ze werken snel
en tot nu toe blijken ze veilig. Langduriger onderzoek is noodzakelijk
om de bijwerkingen op lange termijn vast te stellen.
Zoals bij alle tweedelijns medicijnen is ook hier strikte medische
controle noodzakelijk. Anti-TNF-medicijnen zijn heel duur.
4) Corticosteroïden. Dit zijn de meest effectieve ontstekingsremmende
medicijnen, maar de toepassing ervan is beperkt, omdat gebruik
op lange termijn ernstige bijwerkingen geeft zoals osteoporose
en groeistoornissen. Zij zijn echter waardevol bij de behandeling
van systemische symptomen die resistent zijn voor andere therapieën,
van levensbedreigende systemische complicaties en als “overbruggings”medicijn
bij acute opvlamming van de ziekte als men wacht op de werking
van tweedelijns medicijnen. Lokale steroïden (oogdruppels)
worden gebruikt bij de behandeling van iridocyclitis. Bij ernstige
gevallen kunnen steroïde injecties naast het oog of steroïd
toediening als tablet noodzakelijk zijn.
5) Orthopedische chirurgie. De belangrijkste indicaties hiervoor
zijn prothetische vervanging van een aangetast gewricht en het
chirurgisch losmaken van de zachte weefsels bij een permanente
contractuur.
6) Revalidatie. Dit is een essentieel onderdeel van de behandeling.
Het omvat zowel adequate oefeningen als, indien gewenst, het dragen
van spalken om een ongewenste stand van het gewricht te voorkomen.
Er moet in een vroeg stadium mee begonnen worden en continue herhaald
worden om beweging, spierspanning en kracht op peil te houden
en om vergroeiingen te voorkomen, te beperken of te corrigeren.
Wat
zijn de belangrijkste bijwerkingen van de behandeling?
De medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling van JIA worden
gewoonlijk goed verdragen. Maagproblemen, de meest voorkomende
bijwerking van NSAID’s ( die dus ook tijdens de maaltijd
moeten worden ingenomen), komen bij kinderen minder voor dan bij
volwassenen. NSAID’s kunnen een verhoging van de waarden
van enkele leverenzymen in het bloed veroorzaken, maar dit komt
zelden voor bij andere medicijnen dan aspirine.
Methotrexaat wordt ook goed verdragen. Maagdarm bijwerkingen,
zoals misselijkheid en braken, zijn niet ongewoon. Om eventuele
medicijnvergiftiging te voorkomen is het belangrijk om regelmatig
laboratoriumtests (bloedwaarden en leverenzymen, enz) te laten
uitvoeren. De meest voorkomende laboratoriumafwijking is een verhoging
van de leverenzymen die weer normaal wordt als men stopt met de
medicijnen of de hoeveelheid ervan vermindert. De toediening van
foliumzuur helpt om het optreden van leververgiftiging te voorkomen.
Overgevoeligheidsreacties op methotrexaat kunnen voorkomen, maar
zijn zeldzaam.
Salazopyrine wordt over het algemeen goed verdragen; de meest
voorkomende bijwerkingen zijn huiduitslag, maagdarmproblemen,
verhoogde lever transaminase waardes (lever prikkeling), leukopenie
(afname van de witte bloedcellen en dus verhoging van het risico
op infecties). Daarom zijn, net als bij methotrexaat, regelmatige
laboratoriumonderzoeken noodzakelijk.
Anti-TNF-middelen worden over het algemeen goed verdragen. De
patiënten dienen zorgvuldig gevolgd te worden op het mogelijk
ontstaan van ernstige infecties.
Langdurig gebruik van steroïden in hoge doseringen gaat samen
met enkele ernstige bijwerkingen, waaronder groeistoornissen en
osteoporose. Een hoge dosis steroïden leidt tot een duidelijk
vergrote eetlust, wat kan leiden tot zwaarlijvigheid. Het is daarom
belangrijk kinderen te leren caloriearm voedsel te eten.
Hoe
lang duurt de behandeling?
De behandeling duurt zolang als de ziekte voorduurt. De duur van
de ziekte is onvoorspelbaar; in de meeste gevallen treedt bij
JIA, na enkele of vele jaren, een spontane remissie op. Het verloop
van JIA wordt vaak gekenmerkt door afwisselende perioden van remissie
en verslechtering, waardoor de therapeutische behandeling steeds
aangepast moet worden. Totaal stoppen met de behandeling wordt
slechts overwogen na een langdurige en complete remissie van de
ziekte.
Oogonderzoek
(spleetlanponderzoek); hoe vaak en hoe lang?
Bij risicogevallen (ANA-positief) dient tenminste elke drie maanden
een onderzoek gedaan te worden. De patiënten die al iridocyclitis
hebben, dienen vaker onderzocht te worden; de frequentie hangt
af van de ernst van de ziekte.
Het risico van iridocyclitis neemt mettertijd toe; zij kan echter
ook jaren na het begin van de artritis ontstaan. Daarom is het
raadzaam het oogonderzoek voort te zetten ook al is de artritis
in remissie.
Acute uveïtis, die voorkomt bij patiënten met artritis
met enthesitis, is symptomatisch (rode ogen, pijn en overgevoeligheid
voor licht); daarom is spleetlamponderzoek voor een tijdige diagnose
niet nodig.
Hoe
is het verloop op lange termijn (de prognose) van artritis?
De prognose van artritis hangt af van de ernst van de ziekte,
de klinische vorm van JIA en de vroegtijdige en juiste behandeling.
De prognose is duidelijk verbeterd door de verbetering van de
therapie gedurende de laatste 10 jaar.
Systemische JIA heeft een variabele prognose. Ongeveer de helft
van de patiënten heeft weinig artritisklachten en bij hen
wordt de ziekte hoofdzakelijk gekenmerkt door periodieke opvlammingen;
de uiteindelijke prognose is vaak goed daar de ziekte regelmatig
in een spontane remissie komt. Bij de andere helft van de patiënten
wordt de ziekte gekenmerkt door een voortdurende artritis, terwijl
de systemische symptomen met de jaren verdwijnen; bij deze patiënten
kan gewrichtsbeschadiging optreden. Bij een kleine minderheid
van deze tweede groep patiënten duren zowel de systemische
symptomen als de gewrichtsontstekingen voort; deze patiënten
hebben de slechtste prognose en bij hen kan amyloidose optreden,
een ernstige complicatie waarvoor zware immunosuppressieve behandeling
noodzakelijk is. RF positieve polyarticulaire JIA kent vaker een
progressief verloop t.a.v. de gewrichten en kan leiden tot ernstige
gewrichtsbeschadiging. RF negatieve polyarticulaire JIA is complex,
zowel qua klinische symptomen als qua prognose. De algemene prognose
is echter veel beter dan bij RF positieve JIA; slechts bij een
kwart van de patiënten treedt schade aan de gewrichten op.
Oligoarticulair artritis, kent vaak een goede prognose inzake
de gewrichten als de ziekte beperkt blijft tot minder dan 5 gewrichten.
Voor patiënten bij wie de ziekte zich uitbreidt tot meerder
gewrichten is de prognose gelijk aan die voor patiënten met
RF negatieve polyarticulaire JIA. Bij de meeste patiënten
met JIA psoriatica is het verloop van de ziekte gelijk aan die
van oligoarticulaire JIA; het risico voor uitbreiding naar polyarticulaire
JIA is mettertijd wat groter. JIA met enthesiopathie heeft ook
een variabele prognose. Bij sommige patiënten komt de ziekte
in remissie, terwijl bij anderen de ziekte zich uitbreidt naar
het gewricht tussen het heiligbeen en het darmbeen.
Tot nu toe bestaan er geen klinische of laboratoriumkenmerken
die kunnen voorspellen welke patiënt bij het begin van de
ziekte de ernstigste prognose heeft. Als dat wel het geval zou
zijn zouden we de betreffende patiënten vanaf het begin van
de ziekte met zwaardere medicijnen kunnen behandelen.
En
wat is het verloop van iridocyclitis?
Onbehandelde iridocyclitis kan ernstige gevolgen hebben zoals
vertroebeling van de ooglens (cataract) en blindheid. Als de aandoening
echter vroegtijdig behandeld wordt, is het resultaat gewoonlijk
goed te noemen.
Zijn
inentingen toegestaan?
Als een patiënt wordt behandeld met medicijnen die het immuunsysteem
onderdrukken (steroïden, methotrexaat, anti-TNF-middelen,
enz), dient inenting met levende, afgezwakte micro-organismes
(zoals roodvonk, mazelen, bof, polio Sabin en BCG vaccins) uitgesteld
te worden vanwege het aanwezige risico van uitbreiding van de
ontstekingen door de verminderde weestand. Vaccins die geen levende
micro-organismen bevatten, maar slechts infectueuze proteïnen
(zoals tetanus, difterie, polio Salk, hepatitis B, kinkhoest,
pneumokokken, hemofilie en meningokokken vaccins) kunnen gegeven
worden; het enige theoretische risico is dat het vaccin niet werkt
door de immuunsysteem onderdrukkende medicijnen.
Kan
het kind regelmatig naar school?
Dit is een van de hoofddoelen van de therapie en het kan in de
meeste gevallen bereikt worden. De behandeling van JIA is gedurende
de laatste 10 jaar aanzienlijk verbeterd en het is denkbaar dat
verschillende nieuwe, krachtige medicijnen in de toekomst beschikbaar
zullen zijn. Door de combinatie van behandeling met medicijnen
en revalidatie is het nu mogelijk gewrichtsschade bij de meeste
patiënten te voorkomen.
Veel aandacht moet ook worden besteed aan de psychologische gevolgen
van de ziekte op het kind en het gezin. Een chronische ziekte
als JIA is een moeilijke uitdaging voor het hele gezin en, hoe
ernstiger de ziekte, hoe moeilijker het is om er goed mee om te
gaan. Het is voor het kind moeilijk er goed mee om te gaan als
zijn ouders dat niet doen. Ouders kunnen een heel erg sterke band
krijgen met hun zieke kind en, om elk mogelijk probleem te voorkomen,
over beschermend worden.
Een positieve houding van de ouders die het kind steunen en aanmoedigen
om, ondanks de ziekte, zo zelfstandig mogelijk te worden, is uitermate
waardevol om het kind te helpen de moeilijkheden die voortkomen
uit de ziekte, te overwinnen, goed om te gaan met leeftijdgenootjes
en een onafhankelijke, evenwichtige persoonlijkheid te worden.
Daarom dient, indien nodig, psychosociale ondersteuning door het
JIA-team te worden aangeboden.
Kan
een dieet het verloop van de ziekte beïnvloeden?
Er is geen bewijs dat een dieet de ziekte kan beïnvloeden.
In het algemeen heeft een kind een verantwoord dieet nodig aangepast
aan zijn leeftijd. Overmatig eten dient vermeden te worden bij
patiënten die steroïden gebruiken, daar deze middelen
de eetlust verhogen.
Kan
het klimaat het verloop van de ziekte beïnvloeden?
Er is geen bewijs dat het klimaat invloed heeft op de kenmerken
van de ziekte.
Is
sporten toegestaan?
Sporten is een essentieel onderdeel in het dagelijks leven van
een normaal kind. Een van de hoofddoelstellingen van de JIA therapie
is het kind in staat te stellen een zo normaal mogelijk leven
te leiden en zichzelf te zien als niet anders dan leeftijdgenoten.
Daarom is de algemene tendens patiënten die sport te laten
beoefenen die zij willen beoefenen en te vertrouwen dat zij zullen
stoppen als een gewricht pijn doet. Hoewel mechanische stress
niet goed is voor een ontstoken gewricht, wordt aangenomen dat
de eventuele schade die er uit voortkomt geringer is dan de psychologische
schade die optreedt wanneer het kind verboden wordt zijn favoriete
sport met vrienden te beoefenen. Deze keuze maakt onderdeel uit
van een meer algemene houding ten aanzien van de ziekte, waarbij
het kind wordt aangemoedigd zelfstandig om te gaan met de beperkingen
die zijn ziekte hem oplegt.
Afgezien van deze overwegingen is het beter sporten aan te moedigen
waarbij er weinig of geen mechanische stress ontstaat, zoals zwemmen
en fietsen.
Kan
het kind regelmatig naar school?
Het is uitermate belangrijk dat het kind regelmatig naar school
gaat. Er zijn enkele factoren die de schoolgang kunnen bemoeilijken:
loopproblemen en een verminderde weerstand door vermoeidheid,
pijn of stijfheid. Daarom is het belangrijk de leerkrachten uit
te leggen wat de specifieke behoeften van het kind zijn: schone
tafels, regelmatige beweging gedurende de schooltijd om gewrichtsstijfheid
te voorkomen, mogelijke schrijfproblemen. Patiënten zouden,
zover mogelijk, moeten deelnemen aan de gymlessen; in dat geval
moet met dezelfde overwegingen rekening gehouden worden als bovenomschreven
bij sportbeoefening.
School is voor een kind wat werk is voor een volwassene, een plaats
waar hij leert een autonoom, produktief en onafhankelijk persoon
te worden. Ouders en leerkrachten moeten alles in het werk stellen
om zieke kinderen op een normale manier aan de schoolse aktiviteiten
te laten deelnemen zodat ze goede leerprestaties kunnen leveren,
maar ook een goede verstandhouding opbouwen met hun medeleerlingen
en met volwassenen en geaccepteerd en gewaardeerd worden door
hun vrienden.
Zal
het kind als volwassene een normaal leven kunnen leiden?
Dit is een van de hoofddoelstellingen van de therapie; in de meeste
gevallen wordt deze doelstelling ook gehaald. De behandeling van
JIA is in de laatste 10 jaar ingrijpend verbeterd en het is denkbaar
dat er in de nabije toekomst nieuwe krachtige medicijnen bijkomen.
Door de combinatie van farmacologische behandeling en revalidatie
kan gewrichtsschade nu bij de meeste patiënten worden voorkomen.
Veel aandacht moet ook besteed worden aan de psychosociale gevolgen
van de ziekte op het kind en het gezin. Een chronische ziekte
als JIA legt een zware druk op het hele gezin; en, uiteraard,
hoe ernstiger de ziekte, hoe moeilijker het is om er mee om te
gaan. Het is voor het kind lastig om op de juiste wijze met zijn
ziekte om te gaan als zijn ouders dat niet doen. De band tussen
ouders en kind wordt soms heel hecht; om mogelijke problemen te
voorkomen worden ouders dan overbezorgd.
Een positieve houding van ouders die hun kind ondersteunen en
aanmoedigen om, ondanks de ziekte zo veel mogelijk zelfstandig
te zijn, is uitermate waardevol om het kind te helpen de door
de ziekte onstane problemen te overwinnen, op een goede manier
om te gaan met medeleerlingen en een zelfstandige, evenwichtige
persoonlijkheid te worden.
Het JIA-team dient, indien nodig, daarvoor psychosociale ondersteuning
aan te bieden.

|